1.2. Afspraken over bestandsnamen

Het komt bij informatiekunde vaak voor dat je een document of formulier naar de docent moet sturen. Het kan voor enorme verwarring zorgen als iedereen dan zelf een naam voor het document (= bestandsnaam) gaat verzinnen. Niet alleen omdat verschillende leerlingen soms hun document dezelfde naam geven, maar ook omdat je heel gemakkelijk vergeet om bepaalde belangrijke gegevens op te nemen in de naam van het document.

Daarnaast moet het ook voor de docent in één oogopslag duidelijk zijn om welk huiswerk het gaat, op welke datum het werk is ingestuurd, wat de naam van de leerling is en in welke klas hij of zij zit.

Dat geldt niet alleen voor bestandsnamen van documenten, maar ook voor de onderwerpregel van je e-mail. Bij veel e-mailsystemen komen e-mails met dezelfde naam bij elkaar in één map. De docent heeft dan geen overzicht meer wie wat heeft ingestuurd. Ook om die reden moet elk document en elke e-mail van iedere leerling een eigen, unieke naam hebben.

Bij informatiekunde gebruiken we daarom steeds hetzelfde systeem van naamgeving, zowel voor documenten als voor e-mails. Je kunt het systeem natuurlijk ook voor andere vakken gebruiken en de docent zal je dankbaar zijn. We zijn daar bij informatiekunde echt heel streng in. Een document of een e-mail waarvan de naam niet correct is, wordt direct naar de afzender teruggestuurd en niet nagekeken.

Het systeem van naamgeving van documenten en e-mails werkt als volgt:

jjjjmmdd [spatie] klas [spatie] achternaam [spatie] voornaam [spatie] eventueel tussenvoegsel [spatie] titel huiswerk

jjjjmmdd = de datum, aan elkaar geschreven
jjjj = jaar (2016), uitgedrukt in 4 cijfers
mm = maand (01, 02, 03, enz.), uitgedrukt in 2 cijfers
dd = dag (01, 02, 03, enz.), uitgedrukt in 2 cijfers

21 februari 2016 wordt dus: 20160221
18 april 2019 wordt: 20190418

Als je een achternaam hebt met een tussenvoegsel (van, van de, van der, el, del, op de, enz.), dan komt het tussenvoegsel NA je voornaam.

Pietje van der Pannekoek wordt dus: Pannekoek Pietje van der

Beantwoord voor jezelf de volgende vragen:

Vraag 1. Hoe schrijf je:

  • 9 september 2009
  • 4 maart 2011
  • 31 februari 2017

Vraag 2. Waarom wordt de datum 21 februari 2016 niet geschreven als 21022016, dus ddmmjjjj?

Vraag 3. Je moet (voorbeeld, niet echt) op 31 februari 2017 een huiswerkopdracht naar je docent sturen. De huiswerkopdracht heet: Privacy en internet. Hieronder staan vijf mogelijke manieren van naamgeving. Welke van de vijf is de goede en waarom zijn de andere vier fout?

  1. 20163102 Pannekoek Pietje van der 1E Privacy en internet
  2. 20160231 1E Pannekoek Pietje van der huiswerk informatiekunde
  3. 201602311EPannekoekPietjevanderPrivacyeninternet
  4. 20160231 1E Pannekoek Pietje van der Privacy en internet
  5. 20160231 Pannekoek Pietje van der Privacy en internet

Dan nog dit:
Soms moet je in de les informatiekunde een document maken dat je later als huiswerk naar de docent moet opsturen. Je moet het document dan opslaan in OneNote, je eigen ruimte op de Oelbertserver. Het handige is dat jouw OneNote overal bereikbaar is, ook thuis. LET OP: log in op je OneNote via DigiCampuz, zodat je in je afgeschermde OneNote komt.

Reacties zijn gesloten.