2.1. Wat is een computer

hardware

Een computer is eigenlijk gewoon een veredelde rekenmachine. Maar dan wel een waar heel veel over te vertellen valt. En de ontwikkelingen gaan maar door.

Korte geschiedenis van de computer

Pascaline

De eerste uitvinding die je een voorloper van de computer kunt noemen, was een mechanisch rekenapparaat dat in 1643 werd bedacht door de Fransman Blaise Pascal. Het was een soort rekenmachine waarmee je alleen kon optellen en aftrekken. Hij noemde het ‘De Pascaline’.


Atanasoff-Berry Computer

De eerste echte elektronische computer werd tussen 1937 en 1942 ontwikkeld door de Bulgaars-Amerikaanse John Atanasoff en zijn assistent Clifford Berry. Zij noemden het apparaat ‘De ABC’ (Atanasoff-Berry Computer).


Dromen van een home computer, 1954

Een harde schijf van 5 megabyte wordt getransporteerd, IBM 1956

In 1948 werd de transistor uitgevonden. Dat is een geleider waarmee elektronische signalen versterkt of geschakeld kunnen worden. In 1958 volgde de uitvinding van de micro-chip. Een dun plaatje germanium waarop verschillende onderdelen (componenten) worden aangebracht, zoals transistors, condensators en weerstanden. Het germanium werd later vervangen door silicium. Deze twee uitvindingen, de transistor en de chip, waren voor de ontwikkeling van de computer heel belangrijk. Dankzij deze uitvindingen werd de computer steeds kleiner, sneller en vooral steeds goedkoper.

Uitvinder microchip

De eerste computers waren zo groot als een kamer en vraten voor hun berekeningen evenveel energie als een hele trein. Vandaar dat alleen overheden een computer hadden. Men ging er in die tijd nog van uit dat gewone burgers geen interesse in een eigen computer zouden hebben.

In 1981 bracht de firma IBM de eerste IBM personal computer (PC) in de handel. Een computer voor gebruik thuis, een home-computer. Dat was een revolutie. Sindsdien zijn computers niet meer weg te denken uit onze wereld.


IBM 1981

advertentie IBM 1981

IBM matrixprinter


Bits en bytes

De computer wordt aangestuurd door programmeertaal, een taal die alleen bestaat uit enen en nullen. Met 1-0-codes kan hij alles onthouden: letters, getallen, kleuren, vormen, noem maar op.

De letter A heeft bijvoorbeeld de code 0-1-0-0-0-0-0-1.
Elk nulletje of eentje heet bit. De computer gebruikt heel veel codes van acht bits. Voor die codes van acht bits hebben ze een apart woord bedacht: een byte.
De naam bit is een zogenaamd ‘porte-manteauwoord’. Dat is een nieuw verzonnen woord waarin twee woorden worden samengetrokken. De twee woorden zijn ‘binairy + digital’ (binair + digitaal). Tegelijkertijd betekent bit ook: een klein beetje.

Maar een byte is eigenlijk ook maar heel weinig. Je gaat in een winkel ook niet vragen om een zak met 2 miljard suikerkorrels. Je vraagt om een kilo suiker. Daarom is het ook niet handig om met bytes te rekenen. Dat rekenen gaat beter met Kilobytes (kb). Eén kilobyte is 1024 bytes.
Naast kilobytes wordt er gerekend met: Megabyte (MB): 1024 kilobytes – Gigabyte (GB): 1024 megabytes – Terabyte (TB): 1024 gigabytes. En het houdt niet op.

Ezelsbruggetje voor het onthouden van de rekeneenheden:

Blote Konten Met Grote Tieten (Byte – Kilobyte – Megabyte – Gigabyte – Terabyte)

Voor wie een braver ezelsbruggetje wil:

Bruine Kangoeroes Maken Geen Troep

Het inwendige van de computer

Een computer draait op een aantal onderdelen waarvan de belangrijkste zijn: de processor, het moederbord, de VGA-kaart, de harde schijf, het RAM-geheugen en de BUS. Deze inwendige onderdelen noem je samen de hardware.

Het is voor het computerrijbewijs niet nodig deze componenten te kennen, maar we gaan wel even een kijkje nemen, hier. En hier.

Begrippen die je moet kennen:

  • componenten
  • programmeertaal
  • bit
  • byte
  • kilobyte | megabyte | gigabyte | terabyte
  • hardware

↑ NAAR BOVEN ↑

Reacties zijn gesloten.